Met één been op de stoep…

Tekstbureau Doppie
Vannacht had ik waanzinnig gedroomd.

Na talloze audities, na lang zeuren bij de Gooische dirigent, na uren oefenen op mijn danspasjes en rollende ‘r,’ mocht ik ein-de-lijk toetreden tot het befaamde kinderkoor. Ja ja, ik mocht acte de présence geven bij Kinderen voor Kinderen. En dat is heel speciaal voor iemand, die een Brabantse tongval heeft. Het enige nachtmerrie-element was wel dat ik als 32-jarige met bontgekleurde Oililytrui tussen de basisschoolleerlingen stond. Maar ach, dat is officieel ook mijn beroep.
Enfin. Uit volle borst zong ik mee met de grootste hits – ik had zelfs een solo – en acteerde ik de sterren van de hemel. In mijn droom was ik namelijk één van de gezinsleden uit het gezin van ‘Ochtendhumeur’. U weet wel met Edwin Rutten, die zeker wist dat hij Sinterklaas niet was en een meisje met volle wenkbrauwen, die de make-up van haar moeder dolgraag wilde lenen. Ah. Jeugdsentiment pur sang.
Toen ik in allerijl werd wakker geschud door manlief – waarschijnlijk kon hij door mijn geprevel van liedjes de slaap niet meer vatten – was het eerste dat ik zei: “Ik wil een krokodil als huisdier”.
Back to reality op de vroege zaterdagochtend. Tijd voor Twitter. Op zoek naar meer fans van het eerste uur. Op zoek naar gelijkgestemden die ook cassettebandjes grijs draaiden, die ook de songteksten uit de gids scheurden en bewaarden in een plakboek, die ook in diverse vriendenboekjes schreven dat Kinderen voor Kinderen hun favoriete popgroep was. Die het liefst elke avond kip, patat en appelmoes aten, die ook zwemziek of bang voor de bal waren en die hartverscheurend moesten huilen omdat Miepie een vogeltje had opgegeten. En ja, ik heb ze gevonden!
Ik vroeg naar hun favoriete hits. Van welk nummer stonden zij in vuur en vlam? Hadden zij idolen? De Justin Biebers van toen, compleet met pruik en servet in ‘Moeders wil is wet’.  En vonden zij verliefdheid net zo rampzalig? En waren hun vaders net zo gek? Van ‘Meidengroep’ tot ‘Op een onbewoond eiland’, van ‘Vakantieliefde’ tot ‘Klein is fijn’, van ‘De Brugsmurfblues’ tot ‘Ik ben beroemd’ van ‘Wakker met een wijsje’ tot – mijn favoriet – ‘De Kerstezel’ – dit nummer draai ik jaarlijks op 12 december. Een dame uit mijn geboortedorp twitterde vrolijk dat haar moeder voor carnaval een gifgroene jurk met hoepel had ontworpen. Net zoals de meisjes uit ‘Met één been op de stoep’. Daar ben ik wel best een beetje jaloers op. En ondanks die spectaculaire outfit werd ook zij vanwege haar zachte ‘g’ nooit gevraagd om mee te doen. Gedeelde smart is halve smart.
Uit mijn ochtendonderzoek kan ik dus concluderen dat Kinderen voor Kinderen tussen 1985 en 1995 een soort van algemene ontwikkeling was en dat het nog steeds leeft bij de (veelal vrouwelijke) fans die het ‘Tietenlied’ en het dertigersdilemma ternauwernood hebben overleefd. Het hoorde deels bij de opvoeding. Net als blokfluit spelen en dansles. De universele thema’s en tijdloze liedteksten werden destijds nog net geen onderdeel van het curriculum in het primair onderwijs. En daar breng ik verandering in. Voor mijn groep geen techno, freestyle of rappers met gouden kettingen en een onduidelijke uitspraak, dat enkel voor spellingproblemen zorgt. In mijn klas draai ik namelijk graag (de karaokeversie van) de allergrootste, allerleukste en allermooiste hits van mijn helden van vroeger. En de kinderen? Die vinden het in één woord geweldig!

Dit jaar bestaat Kinderen voor Kinderen 35 jaar en dat wordt uiteraard gevierd. Met de interactieve musical ‘Waanzinnig gedroomd’ maakt cast en crew er in talloze theaters één groot feest van. En om mijn droom stiekem toch een beetje in vervulling te laten gaan, zal ik (hopelijk met een aantal gelijkgestemden) op de eerste rij zitten!

©  Tekstbureau Doppie 2014

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.